Door Health Base op 02 december 2019
  • Medicatiebewaking
  • Pharmacom
  • Medicom

Overgevoeligheidsreactie op een hulpstof vastleggen

In Commentaren Medicatiebewaking (CM) online is per 1 december 2019 een hoofdstuk opgenomen over overgevoeligheden op hulpstoffen. In die informatie staat welke bijwerkingen en overgevoeligheden veroorzaakt kunnen worden door hulpstoffen. De meeste reacties zijn (milde) huidreacties; ernstige systemische reacties op hulpstoffen zijn zeldzaam. Hieronder staat uitgelegd hoe u een overgevoeligheidsreactie vastlegt.

Verzamel informatie over de ongewenste reactie

Voordat u de overgevoeligheidsreactie kunt vastleggen, verzamelt u informatie bij de voorschrijver en/of de patiënt. Aan welk middel is de patiënt blootgesteld? Welke reactie is opgetreden? Wat was het tijdsbeloop? Verzamel deze informatie bij voorkeur systematisch en leg deze vast. Op deze website (onder Klanten - Medicatiebewaking) staat het formulier 'ongewenste geneesmiddelreactie', om u hierbij te ondersteunen.

Leg de overgevoeligheid vast op het juiste niveau: handelsproduct, stof of stofgroep

Als de ongewenste reactie van de patiënt een overgevoeligheidsreactie is, dan kunt u deze op de volgende manieren vastleggen:

Handelsproduct
Als er een reactie is opgetreden, maar het is nog onduidelijk welke (generieke) stof verantwoordelijk is voor deze reactie, dan legt u de overgevoeligheid vast op het niveau van het handelsproduct. Dit gaat bijvoorbeeld om situaties waarin metformine van het ene merk wel, maar van het andere merk géén overgevoeligheidsreactie veroorzaakt én waar niet nader bekend is welke hulpstof verantwoordelijk is voor de ongewenste reactie.

Generieke stof
Als bekend is welke (generieke) stof de overgevoeligheidsreactie heeft veroorzaakt, dan dient het vastleggen op de hulpstof zelf te gebeuren. Als er over een specifieke hulpstof extra informatie beschikbaar is, vermelden we die. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kleurstof tartrazine waarbij sprake kan zijn van kruisreactiviteit met NSAID’s.

Stofgroep
Bij sommige hulpstoffen kan er kruisreactiviteit optreden met andere geneesmiddelen. Als hiervan sprake is, zijn deze middelen opgenomen in een stofgroep. Er wordt in de informatie in CMO verwezen naar de bestaande stofgroepen alfa-gal epitoop, aluminium, cetostearyl-emulgatoren, insulinepreparaten, jood en jodiumverbindingen (excl. contrastmiddelen), kippenei-eiwit, perubalsem, rozenolie en lavendelolie, sulfieten, vaccins en vaccincomponenten, wolvet(alcoholen), zoogdiereiwitten (hamster), zoogdiereiwitten (konijn), zoogdiereiwitten (muis).

Overgevoeligheid op een hulpstof? Raadpleeg de bijsluiter

Naast het vastleggen van de reactie in het zorginformatiesysteem, moet bij een bekende overgevoeligheid op hulpstoffen altijd de bijsluiter gecontroleerd worden op mogelijke allergenen. De reden hiervoor is dat de beslisondersteuning vanuit het zorginformatiesysteem niet volledig is, omdat de samenstelling van producten niet altijd bekend is. Eén voorbeeld is dat voor parallel geïmporteerde producten en niet-geneesmiddelen de hulpstoffen niet altijd bekend zijn. Zo is van handschoenen niet bekend of deze wel of geen latex bevatten. Een andere mogelijkheid is dat de informatie soms onjuist aangeleverd wordt, bijvoorbeeld omdat een wijziging in de samenstelling niet wordt doorgegeven. Een mogelijke oplossing om een overgevoeligheid extra onder de aandacht te brengen, is een aantekening in het patiëntendossier. Dit kan ervoor zorgen dat bij het terhandstellen van nieuwe farmaceutische producten extra aandacht is voor overgevoeligheid.

  • Leonie Bogaard Apotheker
  • Marleen Olthoff Apotheker
  • Kayan Tsoi Apotheker
  • Marijn Zeemeijer Apotheker

Heeft u een vraag over dit bericht? 

Neem contact op
Delen via