De medicatiebewaking is uitgebreid met vijf nieuwe interacties en twee interacties zijn vervallen. De nieuwe interacties zijn toegevoegd op basis van actuele farmacologische inzichten en dragen bij aan het tijdig signaleren van klinisch relevante risico's, zoals verhoogde geneesmiddelspiegels, verminderde werkzaamheid en ernstige bijwerkingen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.
Nieuwe interacties
Er zijn vijf nieuwe interacties opgenomen in de medicatiebewaking:
- IA 853 Fezolinetant – CYP1A2-remmers
Fezolinetant wordt grotendeels gemetaboliseerd door CYP1A2. Remming van dit enzym kan leiden tot een toename van de plasmaspiegel van fezolinetant. Daardoor is er een verhoogde kans op bijwerkingen, zoals slapeloosheid, diarree en buikpijn. - IA 854 simvastatine – bempedoïnezuur
Simvastatine wordt vanuit het bloed opgenomen in de lever via onder andere de OATP1B1-transporter. Bempedoïnezuur remt deze transporter, waardoor de simvastatinespiegel kan stijgen en het risico op ernstige myopathie en rabdomyolyse toeneemt. - IA 855 Ticagrelor – rosuvastatine
Rosuvastatine wordt (grotendeels) onveranderd uitgescheiden via de gal. Het transporteiwit BCRP (Breast Cancer Resistance Protein) speelt hierbij een belangrijke rol. Ticagrelor is een remmer van BCRP kan zo de spiegel van rosuvastatine verhogen. Hierdoor neemt de kans op rabdomyolyse toe.
- IA 856 Mavacamten - enzyminductoren
Mavacamten wordt in de lever primair gemetaboliseerd door het enzym CYP2C19 en in mindere mate door CYP3A4 en CYP2C9. Bij dosisverlaging of stoppen van een gelijktijdige gebruikte enzyminductor tijdens behandeling met mavacamten is de kans op systolische disfunctie verhoogd (symptomen zijn onder andere benauwdheid, duizeligheid en flauwvallen). Bij starten of dosisverhoging van een enzyminductor is er kans op een verminderde werking van mavacamten. - IA 857 Burosumab - Fosfaten/vit. D
Burosumab bindt fibroblast groeifactor 23 (FGF-23) waardoor de tubulaire reabsorptie van fosfaat in de nier wordt verhoogd en de serumconcentratie van 1,25-dihydroxy-vitamine D stijgt. Gelijktijdig gebruik van burosumab met fosfaat en actief vitamine D kan leiden tot hyperfosfatemie en hypercalciëmie.
Vervallen interacties
Daarnaast zijn er twee interacties komen te vervallen:
- IA 819 aminoglycosiden – ataluren
- IA 820 ataluren - rifampicine
Bovenstaande interacties zijn vervallen vanwege het niet langer in de handel zijn van ataluren. De vervallen interacties worden niet meer vermeld in Commentaren Medicatiebewaking.
Meer weten?
Heeft u vragen over de inhoud van dit artikel of wilt u meer weten over onze Medicatiebewaking?